Kerkelijke Provincie Keulen

De Kerkelijke Provincie Keulen
 
IndexPortaleFAQZoekenRegistrerenGebruikerslijstGebruikersgroepenInloggen

Deel | 
 

 Hagiografie van Sint MiguaŽl, de Aartsengel

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Nikolaj Rostov
Overleden
avatar

Aantal berichten : 1123
Registration date : 04-07-08

BerichtOnderwerp: Hagiografie van Sint MiguaŽl, de Aartsengel   ma mei 30, 2011 8:00 pm

Citaat :
Hagiografie van de Aartsengel Sint MiguaŽl

Door Garmon van Vaisuny,
Vertaald uit het Latijn door de Franciscaanse broeder Sauvigny


Geboorte MiguaŽl en Belial

In de stad OanyloniŽ woonde AdiguaŽlle, echtgenote van Theophilus van wie ze in verwachting was van een tweeling. De kinderen waren verwekt in de liefde en met de grootste lust. AdiguaŽlle was een gulle vrouw die altijd de hulpbehoevenden hielp, maar omdat ze nu in verwachting was lag de situatie een stuk moeilijker en begonnen de mensen zich af te wenden van Jah en vervielen ze in luiheid en hebzucht. Er ontstond een grote rivaliteit tussen de OanyloniŽrs. Deze situatie zorgde ervoor dat er steeds meer behoeftigen kwamen en allen werden ze veracht door de sterkeren. Hoewel AdiguaŽlle nog probeerde allen te helpen kon ze het niet meer aan en begon het Schepsel Zonder Naam steeds meer grip op haar en de mensen te krijgen en lukte het haar niet meer de mensen op het goede spoor te houden. Uitgeput van het strijden beviel ze van twee jongens. De ene noemde zij MiguaŽl, wat "lief en vrijgevig" volgens de legende betekende en de ander noemde zij Belial, wat "Geeft en gij zult ontvangen" betekende. Op dit moment had het Schepsel Zonder Naam zoveel grip op de arme mensen gekregen dat hij hen opdroeg de familie te doden omdat het de liefde van deze familie was die ervoor zorgde dat de Allerhoogste geen aandacht meer aan de anderen schonk.
Theophilus, die dit gevaar zag aankomen, liet zijn vrouw afscheid nemen van MiguaŽl en zijn broer en verborg daarna de kinderen onder een kar. Nauwelijks waren de kinderen verborgen of de boze mensen stormden het huis binnen en vermoorden op een gruwelijke manier Theophilus en AdiguaŽlle. De kinderen bleven echter gespaard omdat de mensen ze niet zagen onder de kar.

Verbondenheid

De kinderen werden gevonden door Mťnopus, een oudere en vrome man die niets wist van de herkomst van deze kinderen maar die toch van beiden hield alsof het zijn eigen kinderen waren. Hij gaf de kinderen melk van zijn koe, Minerva genaamd. Deze koe werd later beroemd omdat deze later meer melk gaf dan de andere, heidense, koeien...
Maar verder met het verhaal. De twee jongens groeiden op zonder van elkaar te scheiden. Er bestond een band tussen de twee jongens die groter was dan vriendschap en broederlijke liefde, maar helaas zou ťťn van hen zich hiervan afwenden.

De verleiding van Belial

De twee kinderen bleven, ondanks de verleidingen van het Naamloze Schepsel, religieus opgroeien en stelden zichzelf liever niet voor op anderen. Uiteraard wisten de kinderen niet wat er met hun ouders was gebeurd, maar ze waren gewaarschuwd in een droom. Op een dag kwam het Schepsel Zonder Naam echter zeer discreet met Belial praten:

"Waarom geef je toch al die aandacht aan de mensen die je niets te bieden hebben? Waarom ga je niet naar de rijkeren? Zij kunnen je betalen voor je werk."

Belial antwoordde:

"Ik heb nog nooit voor geld gewerkt. Ik heb alles wat ik nodig heb en deze mensen hebben mij nodig."

"Belial, wat geven ze je dan in ruil voor je diensten? Niets. Ze schelden tegen je en eisen enkel maar meer en meer van je."

Op dat moment ging deze redenering niet op voor Belial, maar naarmate hij opgroeide drong langzaam het besef bij Belial door dat het zo niet langer kon. Hij begon langzaam steeds meer geld te vragen voor zijn diensten en weigerde steeds vaker te werken voor de armen. Op een bepaald punt in zijn leven stopte hij zelfs met werken en gaf toe aan de zonde van de luiheid, want hij had voldoende genoegdoening gehaald uit zijn handelingen en er was niets meer dat hij nog kon doen.

De verleiding van MiguaŽl en zijn gebed

Het Schepsel Zonder Naam ging daarna naar MiguaŽl en fluisterde ook hem verleidingen in zijn oor. MiguaŽl wilde echter niet luisteren naar het Schepsel en probeerde zich te verzetten tegen de woorden. Hij had gehoord dat een gebed kon helpen bij het bevechten van de verleidingen en hij knielde neer zoals hij dat de geestelijken had zien doen:

"O God, Almachtige Vader,
Vader van de mensheid,
Dicht mijn oren voor de verleidingen,
En open mijn ogen,
Voor de eindeloze liefde die u te geven heeft
Zodat ik deze mag ontvangen,
Om altijd te kunnen blijven lief hebben,
En ik altijd zal weten
Wat er zou gebeuren als u er niet was,
Moge er niemand anders zijn die voor U spreekt
En moge er niemand anders met mijn handen gaan werken
...
Vergeef mijn broer en alle anderen,
Ze weten niet wat ze doen.

Deze jonge man was door Jah gezegend, zoveel was wel zeker, omdat hij zijn leven voor de wereld zou geven. Geconfronteerd met zo een kracht van overtuiging en de zegen van Jah kon het Schepsel Zonder Naam niets anders doen dan zich terug te trekken. Hoewel hij het nog verschillende malen geprobeerd heeft om MiguaŽl te verlijden lukte het hem nooit. Zelfs niet een beetje.

De instelling van de Aartsengelen en de straf

De situatie voor de mensen werd steeds slechter. Ze zagen Jah niet meer en hun handelen ging ten koste van hun broeders en zusters en zelfs ten koste van hun eigen familie. Dit leidde tot rivaliteit en vaak zelfs tot ongekende misdaden. Het is op dit punt dat de Goddelijke straf over hen viel, want de Almachtige hield niet van deze wereld, deze wereld die door de mensen werd geruineerd. Terwijl de bliksem door de hemel rolde splitsten de inwoners van OanyloniŽ zich op in twee groepen:
Degene die de belichaming waren van alle zonden op de wereld, die werden geleidt door zeven mannen. Allen geleid door het kwaad.
Asmodťe, de hebzuchtige; Azazel, de wellustige; Lucifer, vol van apathie; BeŽlzebub, de vrek; Leviathan, de boze; Satan, de jaloerse en natuurlijk Belial, de trotse. Zij noemden zich de "Inaudiendis" (Noot van de vertaler: Dit is een Latijnse uitdrukking die niet verklaard kan worden) Deze zeven waren er van overtuigd dat de straf van Jah het onweerlegbare bewijs was dat Hij niet meer van hen hield.

Aan de andere kant, zich bewust van hun fouten, stond een groep die de bekering predikte. Deze groep werd geleid door Gabriel, Georges, Michael, Galadrielle, SylphaŽl, RaphaŽlle en MiguaŽl. Zij belichaamden de deugden, de tegenstellingen van de zonden. Matigheid, Vriendschap, Rechtvaardigheid, Zelfbeheersing, Het genot, het Geloof en Voorzichtigheid.

Deze twee groepen hadden elk hun eigen volgelingen, waarvan de vissers de meest talrijke groep was. De groepen probeerden allen hun invloed uit te oefenen op de inwoners van OanyloniŽ.
Na zeven dagen van destructieve winden scheurde de aarde open en werd het diepste van de Aarde bloot gelegd. OanyloniŽ werd volledig opgeslokt door de helse diepte, maar temidden van het bloedbad verscheen plots een hemels licht dat de zeven goeden en hun volgelingen opnam naar de Zon. Hoewel allen niet goed wisten wat er gebeurde en angst verscheen op hun gezichten zagen ze dat het licht zacht gloeide en was de plaat waar ze terecht kwamen zacht en rustgevend en vol met warmte en liefde. Toen sprak een sterke stem, maar toch ook tedere, stem tot hen allen:

"Mijn Kinderen, jullie zijn tot Mij gekomen, want jullie moeten begrijpen dat ik noch plezier noch vreugde schep uit wat ik zojuist gedaan heb. Ik kon U allen enkel nog maar met een straf tot rede brengen omdat u allen te ver was afgedwaald van het pad van de deugd. U heeft allen geluisterd naar mij en daarom zal ik u belonen. U zult allen Engelen worden, maar zeven onder u, die uitzonderlijke deugd hebben getoond de afgelopen jaren, zullen worden mijn Aartsengelen. Zij zullen nu de verdedigers en verspreiders van de deugd worden. Ik geef deze zeven vleugels. Een teken van kracht en van de rang die zij bezitten. Ga nu, het Paradijs wacht op u."

De eeuwige verdoemenis

De "Inaudiendis", werden in de diepe afgrond geworpen waar het helse vuur brand en waar zij tot in de eeuwigheid gemarteld werden. Maar de Allerhoogste, in zijn grote goedheid, gaf sommigen van hen nog vergeving. Velen van hen zouden echter voor eeuwig branden voor hun zonden. Maar de Allerhoogste maakte van zeven van hen de bewakers van de zonden en stelde hen aan om anderen te laten lijden tot het einde der tijden. Belial werd zo ook tot een bewaker en hij was zo trots dat hij de nieuwe mensen van Jah wilde verleiden.

Het instituut van het exorcisme

Tijdens de beginjaren van de Kerk was deze nog broos en kwetsbaar en Belial besefte zich dat hij de Kerk enkel maar van binnenuit kon treffen. Trots en ijdel als hij was nam hij bezit van het lichaam van de hoogste hoogwaardigheidsbekleder binnen de Kerk: De paus. In die tijd werd Paus Hyginus getroffen door een ernstige ziekte. Belial, vol van lafheid, nam bezit van het lichaam van de Heilige Vader en vanaf dat moment veranderde hij langzaam het doen en laten van de Heilige Vader. Een dienaar, Mirall besefte dit en smeekte de Almachtige om iemand te sturen die de Heilige Vader kon helpen. De Almachtige zond Zijn Aartsengel MiguaŽl, patroonheilige van de uitdrijvingen. MiguaŽl haaste zich naar de Aarde en aanschouwde het vreselijke, onteerde, lichaam van Paus Hyginus. Belial merkte echter de aanwezigheid van zijn broer op en sprak door de mond van Hyginus:

"Jij durft je eigen broer tegen te spreken, MiguaŽl?
Jij hebt Jah niet bij je om je te hulp te schieten?"

"Jij bent niet mijn broer Belial. Ik verloochen je en werp je uit dit lichaam om je daarna terug te sturen naar de afgrond. Want buiten de afgrond is alleen Jah soeverein. Alleen Jah is hier meester. Alleen de deugden van de mens kunnen hier gedijen."

Hoewel deze confrontatie op Aarde plaatsvond leek het ook alsof de Hemel en de Aarde in strijd met elkaar waren.

"Ga terug naar waar je vandaan kwam, terug naar de vorst der demonen en laat deze mans ziel in vrede! Hoor je me? Verlaat dit lichaam, Belial ! Ga terug naar waar je vandaan kwam !!!!!"

Na deze woorden leek het alsof er een vlam uit de mond van de bezetene kwam en leek het alsof de sterren de nacht domineerden. Maar dit alles duurde slechts maar kort en al gauw nam de hemel weer zijn normale kleur aan.

Sint MiguaŽl steeg vervolgens, met de ziel van de Paus aan zijn zijde, onder hemels gezang op naar de Zon, naar de heerlijkheid van Jah, want enkel Jah is soeverein.

Dit gebeurde in het jaar 140
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
 
Hagiografie van Sint MiguaŽl, de Aartsengel
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» Sint Katrijn.

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Kerkelijke Provincie Keulen :: Aartsbisdom Keulen :: De Bibliotheek :: Scriptorium-
Ga naar: